Homepage
Wim J.G.A. Veth
Home > Vriend van God

Jezus als vriend

Presentatie

3 juni 2007

In het boek Ascetica meditata publiceerde mgr Salvador Canals een serie  artikelen. Canals (1920-1975) schreef deze artikelen voor het Italiaanse tijdschrift Studi Cattolici. Nadien zijn deze artikelen vertaald en gepubliceerd in het Spaans (met de titel Ascetica meditada) en Engels (Jesus as Friend). Dit is de eerste poging (zover ik weet) om iets ervan in het Nederlands aan te bieden.

Onze christelijke roeping

Hoe duidelijk werd het voor hen die wisten hoe het Evangelie gelezen moet worden, dat iedereen geroepen is tot de heiligheid in het gewone leven, op de plaats waar je al was! En toch vatte de meerderheid van de christenen dit voor eeuwen niet - het ascetische fenomeen van velen die de heiligheid zoeken op deze wijze, zonder hun plaats te verlaten, door hun dagelijkse bezigheden te heiligen, en zichzelf daarin te heiligen: het gebeurde gewoon niet. En heel snel, omdat het niet beleefd werd, werd deze leer vergeten en ging alle theologische reflectie op in de studie van andere ascetische fenomenen die andere aspecten van het Evangelie reflecteren.

H. Jozefmaria Escrivá, 9 januari 1932


IK SPRAK LAATST met een jonge man, net zoals ik nu met jou spreek. Ik probeerde hem te overtuigen van de noodzaak om op christelijke wijze te leven, door de sacramenten te ontvangen, door een ziel van gebed te zijn, en al zijn doen en heel zijn leven een bovennatuurlijke focus te geven. Jezus, zei ik hem, heeft zielen nodig die, met grote natuurlijkheid en edelmoedige overgave, een integraal christelijk leven leiden in een alledaags kader. Maar in zijn ogen zag je dat zijn ziel weerstand aan het bieden was, en als hij sprak probeerde hij uitvluchten te vinden want hij wilde de ideeën die ik hem aan de hand deed niet aannemen. Een paar minuten later somde hij het heel oprecht nog eens op (misschien had hij dat ook voor zichzelf nog niet eerder gedaan): "Ik kan niet leven zoals u me dat zegt, want ik ben heel ambitieus." En ik herinner me dat ik hem antwoordde: "Kijk, voor je staat iemand die nog ambitieuzer is, iemand die een heilige wil worden. Want mijn ambitie is zo groot dat niets op aarde ze kan bevatten: ik ambieer Jezus Christus, die God is, en het Paradijs, en eeuwig leven." 

Laat me die conversatie hier voortzetten. Denk je niet dat wij allen als christenen een heilige ambitie van het zelfde kaliber zouden moeten hebben? De christelijke roeping is een roeping tot de heiligheid. Alle christenen, eenvoudigweg omdat ze christenen zijn -het maakt niet uit wat voor positie ze hebben, waar ze werken, of wat ze zijn- hebben de plicht om God te beminnen boven alles: "Ge zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, geheel uw verstand, met geheel uw ziel, en met geheel uw kracht" (Lk. 10, 27). Maar dit eenvoudige, heldere idee dat het eerste gebod vormt en heel Gods wet samenvat, heeft zijn kracht verloren; het heeft weinig uitwerking op de levens van vele discipelen van Christus.

Heer, hoe armzalig is het christelijk ideaal geworden in het leven van uw volk. Ze lijken te denken, Jezus, dat het ideaal van heiligheid te hoog boven hun verheven is en dat niet alle christen-harten ernaar kunnen streven. Ik heb het zo vaak gehoord; heiligheid, dat is iets waar priesters op mikken en zij wier roeping tot een kloosterleven heeft geleid. Wij mannen van de wereld zijn al heel gelukkig als we een christelijk leven leiden zonder al te veel pretenties en overdrijving. Wij laten deze hoge vluchten van de ziel rustig varen, zelfs als ons dat van tijd tot tijd een vaag gevoel van steriliteit en pessimisme oplevert.Heiligheid, zoals velen zeggen uit vooroordeel of onwetendheid, is niet voor ons: dat zou aanmatigend, arrogant, onevenwichtig, ongepast, fanatiek zijn om na te streven. Ze geven zich dus al over voordat de strijd is begonnen.

Ik zou het vele christenen willen toeroepen: Agnosce, christiane, dignitatem tuam, christen, ken toch je waardigheid (H. Leo de Grote). Luister eens naar mij: bevrijd je van vooroordelen, en kom eens los. De christelijke roeping is een roeping tot heiligheid. Christenen -alle, zonder uitzondering- zijn, met woorden van Sint Petrus, "een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een gewijde natie, een uitverkoren volk" (1 Pt. 2, 9). De eerste christenen die zich bewust waren van hun waardigheid, noemden elkaar heiligen.

Wanneer ga jij dus de angst voor heiligheid verliezen? Wanneer ga jij jezelf overtuigen dat onze Heer wil dat jij ook heilig wordt? Wat jouw omstandigheden ook mogen zijn, wat je beroep ook is, hoe oud je bent of hoe sterk en gezond, onafhankelijk van je activiteiten en je sociale positie, als je christen bent, dan wil de Heer dat je heilig wordt, een echte heilige.

"Weest volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is" (Mt. 5, 48). Jezus richtte deze woorden tot iedereen; aan allen stelde Hij dit zelfde doel voor ogen. Er zijn vele manieren want in het huis van de Vader is ruimte voor velen. Maar het doel, het plan is één en hetzelfde voor alle christenen -heiligheid.

En daarom zouden na tweeduizend jaar Christendom, wij christenen werkelijk één van hart en één van ziel moeten zijn in dit streven naar heiligheid, net zoals de eerste christenen: "En de menigte die het geloof had aangenomen was een van hart en een van ziel" (Hnd. 43, 32). Deze vaste, glasheldere overtuiging wordt geschraagd door die woorden van Sint Paulus gericht tot de gelovigen: "Dit is de wil van God, uw heiliging" (1 Tes. 4, 3). Op zovele gronden wordt er van je gevraagd en verlangd dat je heilig wordt -het Doopsel dat ons tot kinderen van God maakte en erfgenamen van zijn glorie, het Vormsel dat ons tot strijders van Christus maakte, de heilige Eucharistie waarin onze Heer zichzelf aan ons geeft, het sacrament van de boete, en het Huwelijk als je dat ontvangen hebt. Dit zijn even zovele roepingen tot heiligheid. Besteed er zorg aan.

Zodra we onze vooroordelen hebben afgeschud en ons verstand is verlicht met een nieuw licht, is het eenvoudig om onze  voornemens te formuleren -om het probleem van de heiligheid zeer concreet en zeer persoonlijk te maken, om het "ons" probleem te maken. De Heer onze God -daar zijn we heel diep van overtuigd- wil dat we heilig zijn omdat we christenen zijn.

Heffen we onze ogen op, onze harten en onze wil naar God. Smaak wat boven is, zoek wat boven is (vgl. Kol. 3, 1): onze christelijke waardigheid opent voor ons onbegrensde horizonten. Adem diep de frisse lucht in die aan komt waaien van die verre landen; ze hernieuwt onze jeugd, precies zoals de Schrift zegt: uw jeugd herrijst als een adelaar (Ps. 103, 5).

Laten we eens en voor altijd de leegheid van onze erbarmelijke ideeën erkennen en ze verafschuwen. Laten we de tijd die we verspilden betreuren en onze dwaze ideeën van de hand wijzen. We zijn niet langer bevreesd voor heiligheid, en we erkennen dat onze harten, zoals de Psalmist het zegt, te vaak bang waren zonder reden.

Bevelen we ons aan bij onze Vrouwe, de Koningin van alle heiligen en de zetel van de wijsheid, zodat het idee van heiligheid nog zuiverder, sterker en concreter kan worden in onze levens.

Vertaling uit: Salvatore Canals, Jesus as Friend, Scepter Publishers: Princeton NJ, 1997, blz. 5-7.