Een bijzonder kostbaar - en daarom ook kwetsbaar - onderwerp wordt aan de hand van de Bijbel en de kerkgeschiedenis bestudeerd
door T. J. de Ruiter
"Hallelujah! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt." Openbaring 19:6,7
"En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is..." Openbaring 21:2
Inleiding
De leer van de Bruidsgemeente is in sommige kringen opnieuw een opvallend onderwerp in prediking en onderwijs geworden. Het is mede daarom van groot belang voor een evenwichtige leer en geloofsbeleving dat wij, bij het spreken over de gemeente van Jezus Christus onder het beeld van bruidegom en bruid, uitgaan van een gezonde bijbelse grondslag. Met andere woorden gezegd: Wij zullen ons niet buiten de kaders van de leer en visie van de Heer en zijn apostelen dienen te begeven. Als wij dat wel doen en nog wel bewust ook, dan houden we ons niet aan de objectieve toetssteen, de Bijbel, en dan mogen we onze visies niet het stempel bijbelgetrouw geven?
De voorstelling van de relatie tussen de Here God en zijn volk, door middel van die van een bruidegom en bruid heeft haar grondslag al in het Oude Testament. Wij zullen om deze reden voor de bijbelse onderbouwing en verantwoording van deze leer en de visies eraan verbonden te bestuderen eerst naar het Oude Testament gaan.
De Bruid van Jahweh in het Oude Testament
Het volk Israël werd door sommige profeten getekend als de bruid en vrouw van Jahweh, de Here God; zie bijv. Jesaja 54:6 en Hosea 2:18,19. De profeten zagen Israël als gehuwd door Jahwehin haar jeugd. Deze visie ging terug tot de roeping en verkiezing van Abraham en de andere aartsvaders van het volk. God vestigde met dit volk een unieke verbondsrelatie. Zij werd echter ontrouw, hoereerde, verliet de man van haar jeugd, maar de Here God wilde haar - zo werd geprofeteerd - toch terug nemen als zijn vrouw. Door de Heilige Geest geïnspireerde profeten illustreerden met deze vergelijkingen hoe uniek en intiem de relatie was tussen de Almachtige God, Jahweh en het volk Israël, dat door Hem als zijn eigen volk was gekozen boven andere stammen en volkeren.
De Bruid in het Nieuwe Testament
Johannes de Doper was de eerste om er op te wijzen dat de Messias een volk had, dat Hij als zijn bruid tot Hem wilde nemen, ( Johannes 3:29). Jezus verwees naar zichzelf als een bruidegom in de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden, (Matteüs 25); er zijn nog meerdere uitspraken van Christus over zichzelf als een bruidegom, (Lucas 5:35). Let er op dat dit geen leerstellige uitspraken van Christus waren maar als beelden of vergelijkingen dienst deden. De apostelen namen het Oud Testamentische beeld van God, als de man en zijn volk als zijn vrouw over en pasten het toe op de relatie van Christus met zijn gemeente. Paulus gebruikte op enkele plaatsen in zijn brieven dit beeld om uitdrukking te geven aan de intieme en unieke relatie van Christus met de gemeente, (2 Korintiërs 11:2; Efeziërs. 5:25,26).
Met een boek zoals de Openbaring van Johannes waarin gesproken wordt over de gemeente als de bruid of de vrouw van het Lam, dienen we uiterst behoedzaam in de uitlegging te zijn - zoals met alle apocalyptische literatuur - omdat we hier meestal met hoogst symbolische taal te maken hebben. Uiteraard lijkt het boven alle twijfel verheven dat met de vrouw van het Lam - zie Openbaring 19:6,7 - de gemeente wordt bedoeld.
Er zijn in het Nieuwe Testament ook andere beelden die worden gebruikt om de relatie van Christus met de gemeente uit te beelden. De gemeente is een gebouw of tempel (dat is een gewijd gebouw) van levende stenen en een lichaam waarin God door zijn Geest wonen wil en waarvan Christus het hoofd is. Een ander beeld: de gemeente is als een echt lichaam. Dit lichaam heeft veel leden die elkaar nodig hebben en voor elkaar dienen te zorgen; Christus is het hoofd van dit lichaam en als zodanig bestuurd Hij het door zijn Geest.
De Bruid van Christus in het licht van de typologie in het Oude Testament
Het verhaal in het Oude Testament over Isaäk en Rebekka - zie Genesis 24 -.is een prachtig typologisch beeld van Christus en zijn gemeente die Hij zo liefheeft. De typologische betekenis kan tot in details worden uitgewerkt. Abraham is God, de Vader, de Heilige Geest is de knecht, die een bruid werft voor de zoon in een ver land, dat niettegenstaande hun oorspronkelijk land was. De bruid gaat mee met de knecht en de zoon krijgt haar lief. In het Nieuwe Testament is er overigens - merkwaardig genoeg - geen apostel die dit prachtige en ontroerende verhaal als zodanig heeft gebruikt
Ook in het verhaal van Jozef en zijn Egyptische vrouw kan men een typologische meerwaarde leggen, (Genesis 40 en 41). Na lijden wordt Jozef onderkoning, wordt verhoogd en ontvangt - nog steeds verworpen door zijn eigen volk - een heidense vrouw. Deze vrouw is dan - typologisch gezien - de gemeente uit de heidenen. Later komt zijn eigen broedervolk tot geloof in hem. Ook dit verhaal wordt in het Nieuwe Testament niet als ondersteunende typologische onderwijzing voor Christus en zijn gemeente gebruikt.
Voorlopig kunnen we dus uit het gehele getuigenis van het Nieuwe Testament concluderen dat het beeld van de bruidegom en bruid geen belangrijke leerstellige functie vervulde in het onderwijs van de apostelen om de relatie tussen Christus en zijn gemeente uit te beelden. Het boek Openbaring gebruikt met haar rijkdom aan symboliek het beeld enkele malen wijzend op die reine en intieme relatie tussen Christus, het Lam en zijn gemeente.
Omdat in veel opwekkingsprediking dikwijls grote nadruk wordt gelegd op het beeld van bruidegom en bruid als inspiratie voor een intieme relatie met Christus, is het alleszins de moeite waard een snelle blik op dergelijke prediking te werpen.
Prediking over de Bruidsgemeente in Opwekkingsbewegingen
Opwekkingsprediking dringt gewoonlijk aan op bekering van zonden en toewijding aan Christus. Het hernieuwde geloof krijgt een intense persoonlijke waarde. De nieuwe bekeerling weet: "Christus houdt van mij en ik houd van Hem." De opgewekte en vernieuwde gelovigen voelen en ervaren in hun nieuwe geloofsbeleving een intieme band met Christus. In deze innige geloofsrelatie met de Heer weten zij zich dikwijls in het bijzonder aangesproken door het beeld van bruid en bruidegom, zoals dit in enkele passages in het Nieuwe Testament voorkomt. In het hart brandt het vuur van de nieuwe liefde voor de Heer en dat is goed, maar soms kan dit tot fanatieke ideeën aanleiding geven. Het valt niet mee om tijdens deze onstuimige geloofsfase in alles een juist evenwicht te bewaren. Het krachtige en vurige geloof van de eerste liefde kan al snel leiden tot conflicten met medegelovigen en de kerkelijke gemeenschap waartoe men behoort. Men ervaart van de niet opgewekten onbegrip, koelte en afstandelijkheid en soms zelfs vijandigheid. Opgewekte gelovigen voelen zich niet meer thuis in hun oudere, historische, traditionele kerk. Het inzicht ontwikkelt zich dat de kerk in haar vervallen en lauwe staat als bruid van Christus niet meer voldoet aan de verwachtingen van de hemelse Bruidegom. Er ontstaat geleidelijk aan een nieuwe beweging waarin de opgewekte gelovigen hun volle liefde voor de Heer ongeremd kunnen beleven en vorm geven. Die nieuwe beweging is dan - zo houdt men soms zich voor -, de echte bruid van Christus want hier wordt Christus liefgehad en ziet men uit naar zijn komst en de vereniging met Hem. In de opwekkingsprediking wordt benadrukt dat Christus alleen een reine, heilige en vurig toegewijde bruid wil hebben. Wie dat niet is - zo stelt men dikwijls radicaal - behoort niet tot de bruid van Jezus die Hij tot zich zal nemen als Hij terugkeert. Er komt nu een nieuw leeraspect te voorschijn: Er wordt een relatie gelegd met de wederkomst van Christus. De preekonderwerpen zijn: de wederkomst en de opname van de gemeente en het einde van de wereld. De oproep, die hieraan gekoppeld wordt is: "Wees gereed om opgenomen te worden als Christus terugkeert en aan te zitten aan het bruiloftsmaal van het Lam van God."
Wij zien het doorvloeien bijv. bij Montanus, een charismatisch prediker en leider in de tweede eeuw. Zijn profetessen profeteerden dat het einde van de wereld nabij was. Critici zeiden van Johathan Edwards, een prediker in de 'Great Awakening' van Amerika - zij vonden daartoe reden in zijn geschriften en prediking - dat hij beweerde dat het Millennium en het einde van de wereld zeer spoedig zouden aanbreken. De Pinksteropwekking, daterend van het begin van de twintigste eeuw, kende ook veel predikers, die grote nadruk legden op de verwachting van de spoedige wederkomst van Christus, de opname van de gemeente, als bruid en het aanbreken van de Grote Verdrukking, gevolgd door het Duizendjarig Vrederijk. Ook in de opwekkingen in het laatste decennium van de twintigste eeuw, zoals bijv. die te Pensacola, hoort men de boodschap in profetie en prediking dat Jezus spoedig zal terugkeren voor zijn gemeente en haar als bruid tot zich zal nemen. In Nederland verschoof het accent in de beweging rondom Johannes de Heer, die een evangelist in hart en nieren was, van evangelisatie naar eindtijdprediking en verwachting; zie het 'Het Zoeklicht,' het blad dat uit zijn bediening is ontstaan en nog steeds accent op deze geloofsonderwerpen legt.
Het onderwerp van de terugkeer van de Heer met de opname van zijn gelovigen was een onderdeel van apostolische prediking. Paulus leerde erover in 1 Tessalonicenzen. 4:13-18 en 2 Tessalonicenzen 2:1-12. De wederkomst biedt troost en hoop aan gelovigen die in de wereld slechts verdrukking ervaren. Het is en blijft een heerlijk vooruitzicht: De ontslapenen en de levenden zullen tezamen de Heer tegemoet gaan in de lucht en zo voor altijd bij de Heer zijn. De Heer zal spoedig terugkeren, maar men dient die verwachting niet te laten doorvloeien in verwarring en fanatisme, (2 Tessalonicenzen 2:1,2; 3:11,12).
Het indelen van christenen in twee groepen waarvan de ene wel en de andere niet opgenomen wordt, komt men ook in deze tijd niet slechts in sektarische groepen tegen maar ook in evangelische opwekkingsbewegingen. Men treft deze boodschap nadrukkelijk aan in enkele evangelische films. Het Zoeklicht van 24 december 1998 had een artikel, 'Het laatste Kerstfeest', waarin geschreven was, ik citeer van pagina 15, "Sommigen beweerden blinkende gedaanten te hebben zien opvaren. Over het algemeen stond vast dat alleen christenen op deze wijze verdwenen waren, en wel uitsluitend de wat overdreven christusbelijders. Met normale, eerbare godsdienstigen was niets voorgevallen." Men mag de vraag stellen of een dergelijke visie werkelijk kan rusten op onderwijs van de apostelen in het Nieuwe Testament. Ik ben ervan overtuigd dat een bepaalde categorie van evangelische christenen zich er onvoldoende rekenschap van geeft dat deze voorstelling moeilijk op het Nieuwe Testament is te funderen.
Hier volgen enkele vragen die men met de open Bijbel in de hand, dient te beantwoorden en onderwerpen aan het getuigenis van de gehele Bijbel, waarbij geen teksten worden weggedrukt: Behoort men alleen tot de bruid van Christus als men in de nieuwe opwekkingsbeweging zijn geestelijk thuis heeft gevonden en Christus spoedig, dat is binnen enkele jaren, hoogstens een decennium, verwacht? Of, behoort men tot de bruid als men volkomen geheiligd is, of - zoals anderen stellen - vervuld is met de Geest en in tongen spreekt, of - weer anderen, met nadruk leggend op volkomen bevrijding - volkomen bevrijd is. U ziet het, de meningen en visies waarvan een aantal met grote stelligheid en vurigheid hier en daar worden gepredikt kunnen onderling sterk van elkaar verschillen.
Ik stel nog een andere vraag: "Zou elke gelovige, die voor de vergeving van zijn zonden en zijn eeuwig zieleheil op Christus en zijn zoenoffer vertrouwt, misschien tot de bruid behoren?" We willen de Heilige Schrift aan het woord laten bij het beantwoorden van deze vraag en daarom willen we luisteren naar het onderwijs van Jezus en de apostelen. Als we deze gevonden hebben, bestuderen we hoe hun boodschap en onderwijs vertolkt kan worden naar onze tijd.
Het serieus nadenken over bovenstaande vragen is geen overbodige luxe. Ook in deze tijd - ik schrijf 1995-2000) zijn er profeten die oproepen tot het toetreden tot hun gemeente of groepering, want dan alleen kan men er zeker van zijn dat men tot de bruidsgemeente, de trouwe, heilige uitverkorenen van de Heer, behoort. Dergelijke profeten laten het niet daarbij want het ergste wordt geprofeteerd over hen die weigeren aan hun oproep gehoor te geven. Dergelijke figuren die zich al dan niet beroepen op een speciale roeping of openbaring, zijn er ook in ons eigen land.Wij zullen hier geen namen noemen. Indien u vragen heeft of over meer informatie wilt beschikken, nodig ik u uit mij te schrijven.
Aan meningen, die zich alle beroepen op de Heilige Schrift, is geen gebrek. Het aantal variaties neemt alleen maar toe - en dat is op z'n minst zeer verontrustend te noemen. Veel leringen berusten echter op uit het verband gerukte en onjuist geïnterpreteerde uitspraken in het Nieuwe Testament. Dikwijls ook is de wens de vader van de gedachte of de leer en spelen menselijke gevoelens een rol.
Ik zal nu enkele Schriftplaatsen behandelen die worden gebruikt ter ondersteuning van de leer dat een bepaalde categorie van gelovigen wel, maar een andere niet zal worden opgenomen.
Uitleg en bespreking van enkele teksten in het Nieuwe Testament
1. Matteüs 24:40-42
De vraag, die wij aan de Schrift stellen is: "Wie worden er opgenomen?"
Jezus maakte hier in Matteüs een vergelijking tussen mensen, die leefden in de tijd van Noach en hen, die leven als Hij terugkomt. De vergelijking is tussen goddeloze mensen die de profetische waarschuwing niet ter harte namen en hen die in gehoorzaamheid de ark voorbereidden en ingingen.
Het is echter niet correct dit onderscheid tussen goddelozen en rechtvaardigen uit de tijd van Noach toe te passen op verschillende groepen onder christenen, want de Heer zei niet dat beide groepen gelovigen waren. Hij noemde slechts het gegeven dat er scheiding tussen mensen kwam. Zij, die werden opgenomen waren daar blijkbaar toe gereed. Over wat dit 'gereed zijn' precies inhield, ging de Heer in dit eenvoudige verhaal niet in. Als sommigen deze niet nader toegelichte scheiding tussen mensen interpreteren als een scheiding tussen christenen gaat men verder dan deze passage legaliseert.
Sommigen trekken uit deze passage in het Matteüs evangelie de conclusie dat men zich de gehele dag bewust met Jezus moet bezighouden, bidden of in tongen moet spreken om een kans te hebben opgenomen te worden. Het behoeft geen betoog dat zulke inzichten aanleiding tot een enorm, haast ondraaglijk, spanningsgevoel kunnen geven. Men beweert: "Alleen als men zó in Christus blijft is men zeker van de opname!" Het 'blijven in Christus' - zie Johannes 15 - betekent echter niet dat wij altijd op het niveau van het gewone bewustzijn op Christus geconcentreerd dienen te zijn. Om dit te bereiken zouden we niet meer gewoon in deze wereld kunnen leven en wordt het leven - zoals ik hierboven al schreef - ondraaglijk spanningsvol. Let er daarom juist op dat in deze gelijkenis in Matteüs de mensen allen gewoon aan het werk zijn, op het veld of bij de molen. Zij concentreren zich op hun arbeid. Het verschil tussen hen moet zijn dat de één godvruchtig, gelovig, was en de ander goddeloos, ongelovig. Deze opvatting is in harmonie met de lijn in het gehele hoofdstuk, namelijk die van de toenemende goddeloosheid in de tijd, die aan de wederkomst voorafgaat.
2. Paulus in 1 Korintiërs 15
Wij stellen opnieuw de vraag aan de Schrift wie er zullen worden opgenomen en behoren tot de bruid van Christus.
Bestuderen wij 1 Korintiërs 15, het grote hoofdstuk met de leer van de opstanding en het definitieve heil, dan merken wij het volgende op. Hoewel er in de gemeente van Korinte wantoestanden waren en een aantal gelovigen zich vleselijk gedroegen, zegt Paulus toch in vers 51: "Allen zullen wij veranderd worden." Let op het 'wij allen.' Hij maakt blijkbaar geen uitzondering en leert geen scheiding tussen gelovigen, iedereen hoort erbij, ook al zijn er sommigen die behoorlijk lastig zijn en niet recht wandelen.
3. Paulus in 1 Tessalonicenzen 5:23 en Johannes in Openbaring
Een volkomen geheiligde bruid?
Zal Christus alleen een gemeenschap van volkomen geheiligde gelovigen als bruid tot zich nemen? Deze vraag wordt door sommigen bevestigend beantwoord. Hierbij wordt o.a. verwezen naar 1 Tessalonicenzen 5:23 en Openbaring 19:6-10. Let er echter op dat 1 Tessalonicenzen 5:23 het profetisch niet als een toekomstig feit stelt dat bij de opname de gelovigen volledig geheiligd en toegewijd zullen zijn, maar dat het als een wenselijkheid wordt geuit: "En Hij, de God des vredes heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heer Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn." Dan voegt hij er aan toe: "Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen." Dit wil zeggen: God zal zeker zijn best doen om de volledige heiliging van zijn kinderen te helpen verwezenlijken. Heiliging vraagt echter ook om de volledige medewerking en inzet van de gelovigen, waarbij zij het vlees met al zijn hartstochten en begeerten consequent dienen te kruisigen.
Wij noemden ook Openbaring 19:6-10. Speciale aandacht voor vers 8: "En haar (de bruid van het Lam) is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te bekleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen."
Het wordt de bruid gegeven zich met een smetteloos gewaad te bekleden. Dit smetteloos gewaad is de gerechtigheid op grond van de verdienste van Jezus Christus. Zijn gerechtigheid is die van zijn gelovigen geworden, het is een genadegeschenk op grond van het geloof. De volgende zin presenteert echter een moeilijkheid: "Want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden van de heiligen." Dus toch gerechtigheid op grond van goede werken? Neen, dat kan niet waar zijn, bedoelt moet zijn 'het doen van goede werken op grond van het geloof en door de kracht van de nieuwe natuur, de Geest van God in de gelovige. De schrijver van Openbaring geeft ook hier blijk van zijn Joodse achtergrond. De bruid is geen luie, gemakzuchtige vrouw, neen, zij heeft haar verlossing bezegeld met het leven naar Gods heilige wil. Zij heeft haar geloof gedemonstreerd met haar werken, ( Jacobus 2:18; 24).
4. Johannes in zijn eerste brief
Johannes vermaande in 1 Johannes 2:28,29, dat gelovigen 'in Hem,' dienen te blijven, "Opdat wij, als Hij zal geopenbaard worden, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij zijn komst." Hier wordt wel een onderscheid gemaakt tussen gelovigen, maar een andere dan sommige leraars maken. Johannes ziet dat er gelovigen voor Christus bij zijn komst zullen staan, die hun hoofd in schaamte zullen buigen, want zij hadden niet geleefd op een Hem welbehaaglijke wijze. Die schaamte is het gevolg van een levensstijl die zeker vleselijke kenmerken moet hebben gehad als lauwheid en slapte en die dus Christus onwaardig was. Zij moeten, staande voor Hem, hun hoofd in schaamte buigen. Let op: Zij staan wel voor Hem, zij zijn bij Hem, zij waren dus 'opgenomen.'
Ook het onderwijs van de apostel Johannes pleit derhalve niet voor het maken van onderscheid - sommigen zullen er wel en anderen zullen er niet bij behoren - tussen Christenen bij de opname en de bruid.
5. Wie behoren de Heer toe?
Gelet op wat we hebben bestudeerd stellen we de vraag of predikers en schrijvers het echt kunnen verantwoorden de gelovigen in te delen in twee groepen: Een groep, die opgenomen wordt en een andere, die - waarschijnlijk of wel zeker - achter zal blijven, omdat zij niet tot die opgewekte groepering of gemeente behoort? Zullen wij er niet schriftuurlijker aan doen, als er een onderscheid moet worden gemaakt tussen gelovigen, dit in handen van de Heer zelf te laten? Het beoordelen of iemand al dan niet een echt, toegewijd gelovige is, is geen eenvoudige zaak. Let op het tweezijdig merk van God voor de ware gelovige in 2 Timoteüs 2:19: "De Heer kent de zijnen en: een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid." Wij kunnen letten op de uiterlijke kenmerken van een ware gelovige. Wij dienen echter niet te vergeten dat elke gelovige moeite en strijd kent om aan het uiterlijke kenmerk van gerechtigheid geheel te voldoen. Wij zien de buitenkant, een mens die zijn eigenaardigheden en onhebbelijkheden heeft, die faalt en struikelt en zondigt, maar God ziet het hart aan. Onze beperkte uitwendige observatie bemoeilijkt een juiste en definitieve beoordeling van het hart en iemands echt geestelijke staat. Het is duidelijk dat de apostelen van het Nieuwe Testament dit probleem ook reeds beseften.
6. Over het boek Openbaring
Een opmerking over het uitleggen van het boek Openbaring. Dit boek is een speciale soort van openbaringsliteratuur: Het is vol van beelden en allerlei symbolische uitdrukkingen en voorstellingen. Dikwijls worden beelden op elkaar gestapeld of met elkaar verweven en deze constructies verhogen de moeilijkheidsfactor voor uitleg in aanzienlijke mate.
Bij het bestuderen en uitleggen van deze apocalyptische literatuur dient men zich altijd af te vragen wat er echt letterlijk kan worden verstaan en wat figuurlijk. Enige kennis van de uitleg van figuurlijke taal en haar eigenaardigheden, alsmede van de specifieke aard van deze soort literatuur, lijken ons voor de studie en het verstaan van de tekst van het boek Openbaring van groot belang.
De 'Twee Bruiden' leringen
Ik haal in het kort nog enkele merkwaardige leringen aan. Er zijn gelovigen, die leren dat er twee bruiden zijn, twee 'echtparen.' In historische orde: In de eerste plaats, Jahweh, God, met zijn bruid en vrouw, het aardse volk Israël. In de tweede plaats, Christus, Zoon van God, met de gemeente, een geestelijk volk, als zijn bruid. Een dergelijke leer veroorzaakt problematische vragen, zoals bijvoorbeeld deze: "Hoe kan de Drieëenheid, die de goddelijke verbondsnaam Jahweh draagt en Één God is - Jezus is evenzeer Jahweh als de Vader en de Heilige Geest - twee bruiden bezitten? Een verklaring zou dan kunnen zijn dat het gaat om een aards en een hemels volk. Maar is het echt schriftuurlijk om ons twee personen van de Drie-eenheid voor te stellen met elk een eigen bruid? Overigens, was het niet Christus die als de Rots al verbonden was aan dit volk in de oeroude tijden zoals tijdens de woestijnreis?
Sommigen hangen de vervangingsleer aan. God wilde in de oude bedeling zijn volk Israël als bruid hebben maar dat lukte niet, zij was ongehoorzaam. Nu heeft Hij de gemeente als bruid, die in de plaats van het oude verbondsvolkis gekomen. In deze visie wordt niet overwogen dat God zijn oude verbondsvolk niet definitief verworpen heeft. Wanneer het tot bekering en tot geloof in Jezus als Messias zal komen, zal Hij zijn plan met haar als zijn aards volk voortzetten. Nogmaals: In deze leer wordt gesteld dat de gemeente - de ekklesia - in Gods plan de plaats van het oude Israël heeft ingenomen.
Leringen zoals hierboven aangehaald kunnen daar ontstaan waar men zich er onvoldoende rekenschap van geeft dat het beeld van bruidegom en bruid in de Schrift gebruikt is als een zinnebeeld van de geestelijke liefdesrelatie tussen de Almachtige God en zijn volk. Men moet er daarom niet alle menselijke consequenties aan verbinden, die bij een huwelijk behoren.
Sommigen beseffen inderdaad onvoldoende dat God in zijn openbaring geestelijke, essentiële waarheden uitdrukt in beelden, die door mensen begrepen kunnen worden. Daarom drukt Hij zijn liefde voor mensen en zijn verlangen naar een intieme geestelijke relatie uit in zo'n prachtig beeld als dat van bruid en bruidegom. Indien we de techniek van het gebruik van beelden en beeldspraak bestuderen weten we dat er in elk beeld, dat in principe een vergelijking is, sommige aspecten zijn, die wel een geestelijke betekenis kunnen worden toegekend en andere niet. Ditzelfde principe geldt ook voor de interpretatie van gelijkenissen. Niet alle bijzonderheden in een gelijkenis hebben per se een geestelijke betekenis. Sommige bijzonderheden in het aardse verhaal zijn nodig om het verhaal zinvol en compleet te maken. Het is niet verstandig om voor alle, zelfs de allerkleinste, details in gelijkenissen corresponderende, geestelijke werkelijkheden te zoeken.
God is de Eeuwige en zijn liefdesaanbod gaat over van geslacht op geslacht, van het ene verbondsvolk op mensen uit alle volkeren, die tot geloof in Hem komen en vergaderd worden in zijn gemeente. Op allen, die de Heer liefgehad hebben in zowel onder het Oude als het Nieuwe Verbond, kan het beeld van de bruid van de Here God, worden toegepast.
In de volgende opvatting, die van zeer intieme aard is, zien we hoe het prachtig beeld van bruid en bruidegom in de persoonlijke belevenis van een individu kan ontsporen.
Ik ben de Bruid van Christus
Er zijn vrouwelijke mystici geweest, begijnen en nonnen, die zichzelf persoonlijk beschouwden als de bruid en de vrouw van Jezus. In visioenen en extatische ervaringen beleefden zij een innige gemeenschap met Christus. Sommigen beleefden die zelfs op een zinnelijke wijze, met sexuele bijzonderheden. Zulke mystici zagen met smachtend verlangen uit naar de vereniging met de Heer. Het behoeft geen betoog dat zulke inzichten volstrekt afgewezen moeten worden en dat men zeker nooit de Heilige Geest als de Inspireerder van zulke visies en belevingen mag aanwijzen. Ook vandaag zijn er gelovige vrouwen, meestal ongetrouwde, met een mystieke aanleg, die deze gedachte aanhangen en op een zeer intieme wijze koesteren als het kostbaarste wat zij bezitten. Wij kunnen en mogen zulke intieme, mystieke fantasieën en ervaringen niet aanvaarden als afkomstig van de Heilige Geest. Volgens moderne medische inzichten zouden sommigen in hun extreme innerlijke belevingswereld zelfs als geestesziek kunnen worden gediagnosticeerd.
Wij kunnen concluderen dat zelfs de meest toegewijde en geestelijk ingestelde gelovige zich kan vergalopperen in de beleving van zijn of haar geloofsrelatie met Jezus. Uiteraard kunnen we alleen maar respect hebben voor de grote mate van praktische toewijding aan Christus, die sommige mystiek aangelegde vrouwen kenden, want de wijze, waarop zij zich voor anderen, ja zelfs de allerarmsten en zieken inzetten, was voorbeeldig.
Als we in pastoraat met dergelijke ontspoorde ideeën te maken krijgen, zullen we met alle geduld en volharding deze moeten trachten te ontmaskeren, meestal brengt dit voor de betrokkene allerlei traumatische ervaringen in het bewustzijn. Soms is er sprake van een onreine geest, die via religieuze fantasieën bezit van het intieme gedachteleven heeft genomen.
We kunnen thans de gevolgtrekking maken dat toewijding en oprechtheid ons blijkbaar niet vanzelf vrijwaren van de mogelijkheid in onze fantasieën door te vloeien naar soms zelfs gevaarlijke of ziekelijke ideeën. De beelden en voorstellingen van geestelijke hoedanigheden, ook die van bruidegom en bruid hebben hun beperkingen en moeten niet tot in extreme en fanatieke zin worden uitgewerkt alsof zij werkelijkheden zijn of zullen worden.
Enkele kanttekeningen
We kunnen op z'n minst stellen dat het moeilijk met de totale openbaring in de Schrift te verdedigen is dat er naar een afzonderlijke bruidsgemeente in de kerk gezocht moet worden die uit een geselecteerde groep uitverkorenen zou moeten bestaan. Dat er bij het zoeken naar zulk een speciale groep in de gemeente een onderscheid tussen gelovigen wordt gemaakt, dat door sommigen tot zelfs diep in de charismatische en pinkstergemeenten doorgetrokken wordt, is te betreuren.
Nu zien wij opnieuw dat sommige gelovigen zich in afgezonderde groepen of gemeenten begeven om toch maar vooral tot de bruidsgemeente te kunnen behoren. Als dit gedrag aangewakkerd wordt door leiders, die eenzijdige of fanatieke accenten in prediking en onderwijs leggen, zijn zij aan dit instabiele en verwarrende gedrag onder gelovigen met alle narigheid en pijn, die daaruit voortvloeien, mede schuldig.
Het blijft boven alle twijfel verheven dat een gezonde, deskundige en evenwichtige uitleg van de bijbelse teksten noodzakelijk blijft, juist ook wanneer religieuze gevoelens, zoals die zich in opwekkings en vernieuwingsbeweging manifesteren, gelovigen in grote, gewijde en mystieke extase kunnen brengen. Om niet misverstaan te worden: Ik waardeer in principe godsdienstige extase als positief. Opgewekte, toegewijde en vurige gelovigen zijn meer dan ooit nodig in onze gemeenten. En er zal ruimte dienen te zijn voor verheven, geestvervoerende, intieme ervaringen in gemeenschap met de Geest van Jezus. Terzelfdertijd zullen wij echter onze bezonnenheid niet moeten verliezen en nuchter dienen te blijven. Is dit niet juist waarvoor Paulus waarschuwde in 2 Tessalonicenzen 2:1,2 en 3:5-12?
Over fanatieke uitwassen in de religieuze beleving, er staat ons misschien in de toekomst nog wat te wachten. De overheid van Israël, maar ook christelijke bewegingen, zien met grote bezorgdheid de groeiende fanatieke uitwassen in het Christendom toenemen. Fanatieke, misleide gelovigen verwachten Christus binnen enkele jaren terug en sommigen zijn zelfs bereid - hoe kan het bestaan - zelfmoord ervoor te plegen.
Slot
De voorstelling van de gemeente als de bruid van Christus is een prachtig beeld, vol van diepzinnige en een intieme betekenissen. Mogelijk juist daardoor is het zo kwetsbaar voor allerlei misinterpretaties en verkeerde toepassingen. Het is een betreurenswaardig gegeven dat juist het mooie, schone, tedere, fijne en intieme zo uiterst kwetsbaar is en zo gemakkelijk beschadigd kan worden, zowel opzettelijk als onopzettelijk. Het is, mijns inziens, duidelijk dat dit helaas ook het geval is met de voorstelling van Christus als de Bruidegom en de gemeente als zijn bruid.
De vraag wie er van de gelovigen wel en wie niet tot de bruid behoren dient met respect voor het gehele bijbelse getuigenis over de gemeente, met de nodige wijsheid en bedachtzaamheid bestudeerd te worden. Alle eenzijdige, bekrompen. extreme en fanatieke ideeën erover, dienen met vastberadenheid, staande op het fundament van het gehele bijbelse getuigenis bestreden te worden.
Hoe wij ook mogen denken over het zeer boeiende en interessantee Nieuw Testamentisch beeld van Christus als bruidegom en zijn gemeente als de bruid, ook in relatie tot de opname, wij leven gelukkig nog in de tijd dat de deur van de ark - de deur naar het bruiloftsmaal - wagenwijd open staat; de tijd van genade is nog niet afgesloten. De uitnodigingen om deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam - zie Openbaring 19:7; 22:17 - gaan nog steeds in grote getale de hemelse poort uit. Halleluja!
"En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge; Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet!"
Leusden, 30 maart 1999, januari 2005
Contact? E-mail... Pastor T. J. de Ruiter