Ik bezoek een alleenstaande mevrouw van 101 jaar oud. Ze is alleen over gebleven, haar familie en vrienden zijn lang geleden gestorven. Ze woont al 15 jaar in een vezorgingshuis omdat ze na een heup operatie niet goed meer kon lopen. Nu is ze praktisch blind en doof, en heeft nog meer ouderdomsklachten. Eigenlijk is zij gewoon 'op'. Ze is beslist niet dement, maar heeft wel een zeer vermoeide geest. Ik kan haar niet beter maken, dit zou betekenen dat ik haar jonger zou moeten maken, en dat is natuurlijk onmogelijk. Maar de kwaliteit van haar leven is door de behandelingen toch een heel stuk verbeterd. Ze heeft in ieder geval wat meer energie om de dagen door te komen. Maar ook krijgt ze wat ik noem 'cadeautjes van gene zijde'. Als ik haar behandel komen er altijd wel een paar vrienden en/of familieleden van haar op bezoek. Soms ontstaan er gesprekjes, zij vraagt dan dingen en krijgt daar antwoord op, en soms krijgt ze zomaar een boodschap over iets wat haar nog steeds dwars zat. Deze zaken maken het leven voor haar een stuk aangenamer. Ze voelt zich minder eenzaam, en voelt weer een grotere verbondenheid met haar dierbaren. Dit brengt ook weer met zich mee dat zij minder angstig haar naderend einde tegemoet ziet.