Voor de blanke man is het ene stuk grond gelijk aan het andere. Hij is een vreemde die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft. De aarde is niet zijn broeder maar zijn vijand, en als hij die veroverd heeft trekt hij verder. Hij behandelt zijn moeder de aarde, en zijn broeder de lucht, als koopwaar die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope bonte kralen.
Dit weten wij: de aarde behoort niet aan de mens.
De mens behoort aan de aarde.
Alles hangt met alles samen.
Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde.