1802  Abraham  Meere Historisch overzicht Het orgel van Akersloot werd in 1802 vervaardigd door Abraham Meere sr. voor de Oud-Katholieke Kerk  ( St. Agnes parochie) te Egmond.  Dit kerkje, dat meer leek op een schuur, had  inwendig  de afmeting van 12 bij 6 1/2 meter. de "Schuurkerk" (1801 - 1886 ) Een inscriptie aan de achterzijde van de grootste frontpijp, boven het rugstuk, vermeldt : “Deze pijp is de eerste in ‘t nieuwe orgel en daarin geplaatst door de pastoor der 3 Egmonden  Joh. (S?) Glasbergen in ‘t jaar 1802 op den 23 July”. Deze inscriptie is helaas moeilijk leesbaar. Pastoor Joh. Glasbergen ( 1775 - 1861 )     De tot nu toe enige bekende bron voor de oorspronkelijke plaats van dit orgel is de dispositieverzameling van George Hendricus Broekhuyzen, handschrift ca. 1850-1862, die op bladzijde 268 dit orgel met dezelfde dispositie, aangehangen pedaal en 2 blaasbalgen vermeldt:   Het orgel in de kerk der r.cath. [gemeente] van de Bisschoppelijke Clerizy aldaar is gemaakt en voltooid in 1802 door Abr. Meere, orgelmaker te Utrecht. Is een zeer goed toongevend werk. Heeft 10 stemmen, een handclavier [van] 4 ½ octaaf, aangehangen pedaal en twee blaasbalgen. Prestant doorl. 8 vtFluit 4 vt Quintfluit 3 vt      Bourdon D.   16 vt Sexqualter 2 st Mixtuur B. 4 st           Holpijp 8 vt Octaaf 4 vt Mixtuur D. 4 st       Octaaf 2 vt           tremulant                 ventil  Broekhuyzen vermeldt niet dat het register Sexqualter 2st een discant register was, vanaf c’. Tijdens de restauratie in 2002 vonden we in het orgel een stukje papier als afdichting in een van de grote pijpen. Hierop staat "J. Conijn orgenist 1850". Deze heer Conijn blijkt volgens het inwoner archief van Egmond een zeer welgesteld man te zijn geweest, een reeder, die een aantal 'vischschuiten' bezat. Maar ook dat hij lid was van de Oud Katholieke kerk te Egmond. Een bewijs temeer dat het orgel afkomstig is uit Egmond. Tevens bezat deze man een fraai Hilgers-kabinet orgel dat sinds 1873 in de Hervormde kerk van Egmond- binnen staat. In de Oud-Katholieke kerk van Egmond plaatst de firma Adema in 1873 een nieuw orgel. Het orgel van Meere zal waarschijnlijk te klein geworden zijn voor de sterk gegroeide gemeente met nu ongeveer 400 kerkgangers. Het Meere- orgel wordt gedemonteerd en opgeslagen. Orgelmaker T. Velderman, uit Alkmaar,  plaatst het orgel in de kerk van Akersloot voor de somma van ƒ 1300. In de op een na grootste frontpijp staat geschreven "Dit orgel is verplaatst en vermaakt door Den Heer T. Velderman orgelmaker te Alkmaar in het jaar 1877 22 (april ?)". Volgens het archief van de kerk werd het orgel op Hemelvaartsdag, 10 mei 1877 weer  in gebruik genomen.  Velderman bracht een registerwijziging aan, de Sexquialter werd vervangen door een Gamba 8’ (v.a. a). Voorts werd het hoogste koor van de Mixtuur verwijderd. Volgens Gierveld zou de klaviatuur van de achterzijde naar de linkerzijkant zijn verplaatst. In het instrument zijn daarvan vooralsnog geen bewijzen te vinden, meer nog, het huidige wellenraam dateert van voor 1877. Voorts is de onderregel aan de achterzijde van het instrument origineel en daar kan nooit een pedaal geweest zijn, terwijl Broekhuyzen al spreekt van een aangehangen pedaal. Wanneer er al sprake geweest zou zijn van een achterkantbespeling, dan is deze reeds in de periode te Egmond , voor 1850, vervangen door een zijkantbespeling. Voor een grote verbouwing van het orgel ontbrak ook de tijd, want binnen vijf weken is er een orgelcommissie gevormd, heeft men het orgel bekeken, is er opdracht verstrekt aan de orgelmaker en is het orgel overgeplaatst van Alkmaar naar Akersloot. De inscriptie van Velderman  De inscriptie aan de achterzijde van de middelste pijp in de middentoren. Dit is toon E van het register Prestant 8 voet. Boven het rugstuk is zichtbaar de inscriptie uit 1877. Er staat : Deze pijp is geplaatst Door den Achtbaren Heer Prezident Kerkvoogd Der Hervormde Kerk Te Akersloot  P. v.d. Oord 1877. Hierboven op de plaats van de stip, niet zichtbaar,  staat de inscriptie uit 1802.   De inscriptie onder het groene rugstuk ( nog net zichtbaar ) dateert van 1950 en luidt als volgt:  "Deze pijp is geplaatst door de president Kerkvoogd na de restauratie 1950 door geb. van Vulpen te Utrecht 18-8-50   J. Vermeulen.            Tot ongeveer 1900 heeft Velderman het instrument in onderhoud. Vanaf dat moment wordt het onderhoud verzorgd door de firma Spanjaard en vanaf 1927 door de firma H.W. Flentrop te Zaandam. Het instrument krijgt in 1939 een elektrische windvoorziening geplaatst in de toren nabij de balgen.Uit sporen in de orgelkas is duidelijk dat de balgen in de Egmondse periode zich aan de rechterzijde, gezien vanuit de kerk,  van het orgel hebben bevonden. Onder advies van Lambert Erné en Dolf Hendrikse werd het orgel in 1950 gerestaureerd door de Gebr. van Vulpen te Utrecht. Hierbij werd de tractuur gedeeltelijk vernieuwd en werden er een nieuwe klavierbak en registertrekkers en –opschriften aangebracht. Het hoogste, ontbrekende, koor van de Mixtuur werd nieuw bijgemaakt. De intonatie van het orgel werd naar de toen heersende opvattingen aanzienlijk gewijzigd, waarvoor de voetopeningen  zeer sterk werden vergroot. Een foto van het orgel omstreeks 1960. Orgel en balustrade zijn nog donker van kleur en de oude kachel is nog aanwezig. De steun aan de balk is er ook nu nog. In 1968 startten de voorbereidingen voor een nieuwe restauratie door de firma Flentrop onder advies van Klaas Bolt. De lekke en gescheurde windlade werd gerestaureerd. De nog altijd aanwezige Gamba 8’ van Velderman werd vervangen door een  nieuwe Sexquialter, nu vanaf c1, zoals deze ook aanwezig was in het oorspronkelijke concept van Meere. Het pijpwerk van de Gamba is in de kas opgeslagen. De intonatie werd herzien door de voetopeningen weer dicht te kloppen en het pijpwerk waar nodig hersteld. De kas werd uitvoerig tegen houtworm behandeld en geschilderd in de huidige ivoor-witte kleur.  Geld voor restauratie van het pijpwerk was er helaas niet. Omdat de balgen zeer ernstige lekkage vertoonden en het leer niet meer te repareren, werden de balgen in 1995 door Flentrop orgelbouw gerestaureerd en de kas opnieuw tegen houtworm behandeld. Tijdens deze controle werd duidelijk dat het pijpwerk zeer dringend aan een restauratie toe was en dat ook de pijpen beginnen scheef te zakken. In 2002 is dit gaaf bewaarde instrument gerestaureerd door Flentrop orgelbouw te Zaandam met als adviseur Aart Bergwerff. De kas is geschilderd door Milort schilders, die tevens de versieringen met een goud-brons verf behandelde. Het orgel is thans nog in onderhoud bij de firma Flentrop te Zaandam.   De speeltafel             en          het inwendige Arie de Wit 16 januari 2010