Het instrument is in 1987 gebouwd door H.H. Groenewegen als opus 25. Het heeft twee klavieren en pedaal en uiteraard mechanische tractuur. Het pijpwerk staat op één windlade met een ventielkast aan de voorzijde voor het onderklavier en één aan de achterzijde voor het bovenklavier. Het pijpwerk staat chromatisch opgesteld en is vrij eng van mensuur, de intonatie afgesteld op de vrij kleine ruimte. In het front staan de zeventien grootste pijpen van de Prestant 4 voet die vanaf  C groot open is en daarom zijn de grootste pijpen verkropt. Het groot octaaf van de Holpijp en de Gedekt is gecombineerd en van grenenhout. De Holpijp is verder van orgelmetaal de discant van de Gedekt weer van eikenhout. De Gedekt bas 16 voet van het pedaal is eveneens van eiken en staat achter de kast., het groot octaaf hier is  resultant . Dat wil zeggen er spreken een 8 en een 5 1 1/3 voet pijp gelijktijdig aan, hetgeen voor ons oor klinkt als een 16 voets pijp. Al het overige pijpwerk is van orgelmetaal. Als tongwerk hebben we gekozen voor een Kromhoorn 8 voet, bekers en stevels van orgelmetaal en volle bekerlengte. Dit om het register in pedaal te kunnen gebruiken en voor het goed stemming houden. De windvoorziening d.m.v. een kleine veerbelaste magazijn balg. De winddruk is 65 mm waterkolom en de toonhoogte 440 Hz bij 20 graden Celcius Het huisorgel. De kas is van massief eikenhout, met uitzondering van de achterwand. De pedaalkoppels zijn uitgevoerd als treden, de manuaalkoppel als trekker. Twee jaar na de ingebruikname is de intonatie van Roerfluit en Prestant nog aangepast en iets milder gemaakt. Hierbij zijn de roeren van de grootste pijpen van de Roerfluit dichtgesoldeerd om wat meer grondtoon te krijgen. Ondermanuaal(C-g3)  Bovenmanuaal Pedaal(C-f1) Speelhulpen Holpijp 8’ Gedekt 8’ Gedektbas 16’ Prestant 4’ Roerfluit 4’ Octaaf 2’ Nasard 3’ Pedaal - Onderklavier Terts    1 3/5’ Pedaal - Bovenklavier Kromhoorn 8’ Onderklavier-Bovenklavier De heer H.H. Groenewegen heeft van 1970 tot 1989 26 huisorgels gemaakt in een werkplaats in Wijnandsrade bij Nuth in Limburg. Ons instrument als opus 25 en een van de grootste. Vanwege zijn leeftijd, hij was reeds lang met pensioen, is in 1989 de werkplaats met alle apparatuur verkocht. Groenewegen is daarna gaan wonen in het bejaardentehuis "de Mantel" te Voorburg. Het orgel in aanbouw in de werkplaatst te Wijnandsrade. De windlade zonder slepen. Windlade met geopende ventielenkast Windlade met tractuur Het orgelmetalen pijpwerk De Octaaf 2’ De Roerfluit 4’ Het tongwerk Kromhoorn 8’ De grenen pijpen van  de bas van de Holpijp en liggend gemonteerd aan de achterzijde in het orgel. De montage in Krommenie De onderkas De onderkas     en bovenkas op elkaar Afregelen van de tractuur door Groenewegen Het orgel is gereed Het pijpwerk Arie de Wit, 16 januari 2010